Duurzaamheid

De impact van vlees en zuivel

Iedereen is het er nu stilaan over eens dat ons klimaat aan het opwarmen is. De gevolgen worden steeds dramatischer en manifesteren zich in onder andere overstromingen, hongersnood en gewapende conflicten (1). De oorzaak van deze steeds sterker wordende opwarming is hoogst waarschijnlijk toe te schrijven aan de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten (2).

Impact op het klimaat

De impact van veeteelt op het klimaat is lang stiefmoederlijk behandeld geweest, maar er zijn steeds meer overtuigende bewijzen dat de productie van vlees en zuivel verantwoordelijk is voor het leeuwendeel van de uitstoot van broeikasgassen. Naar schatting 14,5% van alle broeikasgassen zijn afkomstig van de veeteelt. Dat betekent dat de uitstoot van de veeteelt groter is dan die van de totale transportsector (3). Andere analyses met andere aannames geven al gauw nog hogere bijdragen van de veeteelt aan (4).

Met het huidige beleid om de klimaatopwarming terug te dringen is de planeet op weg om 3,7°C tot 4,8°C warmer te worden tegen het jaar 2100. Er wordt door klimaatexperts aangenomen dat een opwarming boven de 1,5 - 2°C als gevaarlijk beschouwd wordt (5). Daarom is het absoluut noodzakelijk dat we maatregelen op wereldniveau nemen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Zonder een radicale omslag in de productie en consumptie van vlees en zuivel kunnen we een opwarming van de aarde met 2°C echter niet tegenhouden (6).

Door een stijging van welvaart in economisch groeiende landen zoals China en Brazilië neemt ook de wereldwijde vraag naar vlees exponentieel toe (7). De productie van vlees zou volgens experts verdubbelen tegen 2050, naar een totaal van 465 miljoen ton per jaar (8). Toch eten mensen in industriële landen nog meer dan dubbel zoveel vlees als mensen in ontwikkelingslanden (9). Westerse mensen hebben hierdoor ook een veel grotere ecologische voetafdruk. Jaarlijks worden ongeveer 56 miljard dieren geslacht door de voedingsindustrie, waarvan dus de meeste dieren op westerse borden terechtkomen (10).

Landbouwdieren worden meestal gehouden in intensieve industriële productiesystemen, waaruit grote hoeveelheden CO2 en methaan ontsnappen. De uitstoot van CO2 is erg nadelig voor de opwarming van het klimaat. Methaan echter is een broeikasgas dat nog 34 keer schadelijker is dan CO2, gezien over een periode van 100 jaar (11). Bij de productie van het veevoeder en het bemesten van akkerland komt ook distikstofmonoxide (N2O) vrij, een broeikasgas dat 300 keer schadelijker is dan CO2.12 Direct en indirect is bij de productie van vlees dus heel wat uitstoot gemoeid.

Niet 'elk stukje vlees' heeft dezelfde milieu-impact. Rundvlees en zuivel zijn het meest emissie-intensief, en zijn verantwoordelijk voor 65% van de broeikasgassen in de veeteelt (13). De productie van rundvlees stoot ongeveer 150 keer meer broeikasgassen uit dan die van sojaproducten. Ook varkensvlees en kip hebben meer uitstoot dan sojaproducten (14).

Recent onderzoek wijst uit dat voedselgerelateerde broeikasgassen tot wel 70% gereduceerd kunnen worden door een overgang naar een plantaardig dieet, vergeleken met een referentiescenario in 2050 (15).

Koeien in de melkveehouderij

Impact op het milieu

De productie van vlees en zuivel heeft ook een grote weerslag op het milieu door o.a. ontbossing, eutrofiëring (vermesting of verstoring van nutriëntenkringlopen), overbevissing, verzilting van land, verzuring van land, verzuring van oceanen, pesticidenvervuiling, vervuiling door diergeneesmiddelen, risico's van herbicidenresistente monoculturen veevoeders, uitputting van grondwater, uitputting van fossiele brandstoffen, fijnstofuitstoot, aantasting van ozonlaag, en bodemerosie door overbegrazing.

Vooral varkens en kippen produceren enorme hoeveelheden mest in Nederland. Fosfaten en nitraten, afkomstig van mest, spoelen door naar het grond- en oppervlaktewater. De concentratie van mineralen in grond- en oppervlaktewater neemt aanzienlijk toe. Dit proces, dat ook wel eutrofiëring wordt genoemd, draagt daarnaast voor een groot deel bij aan de verzuring van water en bodem. Vermesting van oppervlaktewater heeft de afgelopen tientallen jaren gezorgd voor uitbundige kroos- en algengroei. Als de algen sterven, worden ze verteerd door bacteriën die daarbij zuurstof ontnemen aan het water, waardoor veel plant- en diersoorten verdwijnen. Door de gezamenlijke effecten van verdroging, verzuring en vermesting zijn in Nederland heel wat plantensoorten verdwenen of bedreigd. Naast het doorsijpelende nitraat is er sulfaatvervuiling, wat veroorzaakt wordt door de afbraak van nitraten in de bodem. Vermesting zorgt verder voor een vervuiling van het water met zware metalen (koper, cadmium) (16).

In Vlaanderen wordt de veeteelt ook genoemd als de belangrijkste bron bij uitstek van verontreinigende stoffen binnen de land- en tuinbouw (17). Ammoniak uit dierlijke mest draagt bij tot stikstofdepositie, wat verzuring en vermesting van de bodem veroorzaakt. Intensieve veeteelt is de grote boosdoener, ook in dit verhaal (18). Ondanks de enorme druk op het milieu, laat de Vlaamse regering toe dat de veestapel kan blijven doorgroeien (19).

De productie van dierlijke voeding vraagt ook enorme hoeveelheden water. We kunnen dit het best illustreren met enkele voorbeelden: De productie van een sojaburger van 150 g vereist 160 l water. Dezelfde hoeveelheid, maar dan een burger van rundvlees, vereist 15 keer zoveel water. De watervoetafdruk van 1 l sojamelk is ongeveer 300 l, terwijl dat voor koemelk 3 keer zoveel is. Gemiddeld vereist 1 calorie uit dierlijke producten ongeveer 2,5 l water. Dezelfde calorie uit plantaardige oorsprong vereist slechts 0,5 l water (20).

Landbouwdieren nemen veel plaats in. Ze grazen op weides, of ze nemen indirect akkerland in om veevoeder te produceren. De grootste oorzaak van ontbossing in het regenwoud wereldwijd, is de veeteelt (21). Een duizelingwekkende 91% van de vernietiging van het Amazonewoud is te wijten aan de veeteelt.22 Ongeveer 75% van alle sojaproductie wordt gebruikt als veevoer, voornamelijk voor varkens en kippen (23).

Vleeskippen in schuur

Impact op de biodiversiteit

De vergroting van de veestapel en de bijhorende toename van landbouwgronden heeft als gevolg dat er veel leefgebieden voor planten en dieren verdwijnen. De grootste groei van de veeteelt is bovendien in landen met een grote biodiversiteit, waardoor veel plant- en diersoorten in snel tempo verdwijnen. Sommige van die landen zullen tegen 2050 een toename zien van landbouwgrond voor vleesproductie met 30-50% (24). Volgens de Voedsel en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) is de veeteelt waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak van verlies van biodiversiteit. Gezien de huidige zesde golf van massa-extinctie kunnen we zeggen dat veeteelt de impact heeft van een komeetinslag.

Ook in de oceanen zijn veel soorten in hun voortbestaan bedreigd. Tegen dit tempo van visvangst zullen er in 2050 geen commerciële vissoorten meer zijn. Vervuiling door (kunst)mest, ziektekiemen, restanten van antibiotica, en uitstoot van ammoniak zijn ook factoren die de biodiversiteit bedreigen (25). Het verlies aan biodiversiteit bedreigt ook het welzijn van de mens. Biodiversiteit ondersteunt indirect de productie van voedsel, kleding, drinkbaar water, onderdak, en medicijnen (26).

Productie van vlees doet veel schade aan de biodiversiteit

Impact op de volksgezondheid

Je kon al lezen dat dierlijke mest een grote impact heeft op ons milieu. Indirect heeft het dus ook negatieve gevolgen voor onze gezondheid. De pluimveesector bijvoorbeeld, stoot ook veel fijn stof uit (27).

De consumptie van rood en verwerkt vlees heeft als gevolg dat je een verhoogd risico hebt op dikkedarmkanker. Er zijn ook bewijzen van links met alvleesklierkanker en prostaatkanker.28 Onderzoek wijst uit dat plantaardige voeding het risico op diabetes type II, coronaire hartziekten en bepaalde soorten kanker verlaagt.29 Door mensen plantaardig te voeden zouden jaarlijks zo’n acht miljoen mensen minder komen te overlijden vanaf 2050. Indien we in 2050 wereldwijd volledig plantaardig zouden eten, zullen er 10% minder vroegtijdige sterftes zijn. (1 op 10 omnivoren zal sterven door omnivore voeding) We zouden bijgevolg ook miljarden euro’s kunnen besparen in de gezondheidszorg (20).

Een groot gevaar voor de volksgezondheid is het grootschalige gebruik van antibiotica in de veeteelt, en de daarmee gepaard gaande toenemende resistentie van bacteriën. Momenteel sterven reeds 50.000 mensen per jaar in Europa en de VS aan infecties door antibiotica-resistente bacteriën. Resistente bacteriën zouden in 2050 wereldwijd verantwoordelijk zijn voor 10 miljoen extra doden per jaar, meer dan het huidige aantal sterfgevallen ten gevolge van kanker (31).

In België gaat het gebruik van antibiotica echter nog altijd in stijgende lijn. De kritische groep antibiotica die een belangrijke impact op de volksgezondheid heeft kende vorig jaar zelfs een toename van 3,2 procent.

In Nederland wordt het antibioticagebruik stelselmatig afgebouwd, in de pluimveesector echter steeg het gebruik van antibiotica in 2014 met maar liefst 21% (32). Dat toont niet alleen aan hoe slecht het met de gezondheid van de dieren gesteld is, maar ook dat intensieve veeteelt een gevaar betekent voor de volksgezondheid. Grootschalig gebruik van antibiotica betekent immers dat bacteriën resistent worden. Onlangs werd in China een gen gevonden bij varkens met epidemisch potentieel, waarbij antibiotica niet meer zullen werken (33). Naast antibiotica-resistente bacteriën is er nog een veel ernstiger risico op een pandemie door zoönotische (van dier op mens overdraagbare) infectieziektes zoals varkensgriepen en vogelgriepen.

Bronnen

(1) - http://www.un.org/apps/news/st...

(2) - https://www.ipcc.ch/pdf/assess...

(3) - http://www.fao.org/3/i3437e.pd...

(4) - http://www.worldwatch.org/file...

(5) - https://climatechangeresponses...

(6) - https://www.chathamhouse.org/s...

(7)  https://www.chathamhouse.org/s...

(8) - http://www.fao.org/docrep/010/...

(9) - https://www.chathamhouse.org/s...

(10) - FAO, FAOSTAT Statistical Database

(11) - IPCC, 2013: Climate Change 2013: The Physical Science Basis.

(12) - https://www3.epa.gov/climatechange/ghgemissions/gases/n2o.html

(13) - http://www.fao.org/3/i3437e.pd...

(14) - https://www.partijvoordedieren...

(15)  - http://www.pnas.org/content/ea...

(16) - http://www.milieuloket.nl/9353...

(17) - https://www.vmm.be/lucht/lucht...

(18) - https://www.vmm.be/lucht/verzu...

(19) - http://www.bondbeterleefmilieu...

(20)  - http://waterfootprint.org/medi...

(21) - http://www.fao.org/docrep/010/...

(22)  - http://www-wds.worldbank.org/servlet/WDSContentServer/WDSP/IB/2004/02/02/000090341_20040202130625/Rendered/PDF/277150PAPER0wbwp0no1022.pdf

(23) - http://awsassets.panda.org/dow...

(24) - http://www.sciencedirect.com/s...

(25) - https://stijnbruers.wordpress....

(26) - http://journals.plos.org/plosb...

(27) - https://www.rijksoverheid.nl/o...

(28) - http://www.who.int/features/qa...

(29) - http://www.health.harvard.edu/...

(30) - http://www.pnas.org/content/ea...

(31) - http://amr-review.org/

(32) - http://www.autoriteitdiergenee...

(33) - https://www.sciencedaily.com/r...